Waterput

We zijn hier zowat 1.000 kilometer ten zuiden van de grens Egypte-Soedan. Na Mussawarat Es-Suffra gaat de rit dwars door woestijngebied naar Naga. De temperatuur die te lezen staat op de thermometer van de jeep stijgt ongeveer ieder kwartier met één graad, om rond 15 u. te blijven hangen op 48 °C. Ik heb enorm uitgekeken naar Naga, en ook nu – ruim 2 jaar na mijn eerste bezoek -  kan ik hier volop mijn reishart ophalen. Er zijn de goed bewaarde resten van de Romeinse Tempel, de nog beter bewaarde 2.400 jaar oude tempel van Apademak, en de resten van de tempel van Amun. Hier  was eeuwenlang een levendige en grote stad met veel groen. Nu is het een beloftevolle zandbak voor archeologen die het hier enkel van november tot februari kunnen harden.

Maar, het levendige schouwspel dat zich hier elke dag afspeelt, trekt weer mijn grootste aandacht. Op een boogscheut van de antieke ruïnes vinden mensen dagelijks wat elders in deze regio niet te krijgen is: water. Te midden van het zand is er een diepe waterput. Met lange touwen trekken mannen water in zakken van geitenvellen naar boven. Mensen komen uit de brede omgeving naar hier om hun vee te drinken te geven, en om in plastiek bidons en ijzeren tonnen water mee te nemen naar huis. Het meisje vult bidons met water, draait dan de dop stevig vast en ordent de gevulde bidons achter zich op het krakkemikkige karretje. De drukte van de mannen die het water bovenhalen, de twee jonge kerels die aankomen met een door twee ezels getrokken kar, de andere kinderen die ook met één of andere water-taak bezig zijn … alles ontgaat haar. Ze schept water in de bidons en lijkt voor de rest aan niets aandacht te schenken. Net wanneer ze weer met kracht de stop van een bidon vastdraait, kijkt ze naar mij. Ik maak de foto.  Dan zwaai ik lachend naar haar. Het gefronste gezicht verandert in een lach. Wanneer ik een hele tijd later voor mezelf wat water en een plat Soedanees broodje uit de Landcruiser haal, zie ik haar vertrekken met kar en ezel, en ze komt mijn richting uit. Ik roep naar haar en terwijl ze de ezel in de gaten blijft houden, toon ik haar op het schermpje van mijn toestel de foto. Ze kijkt aandachtig met dezelfde gefronste blik van daarnet. En dan lacht ze. Ik scheur mijn broodje in tweeën en geef de helft aan haar. Het is welgekomen en ze neemt direct enkele happen. Dan vertrekt ze. Na enkele meter stopt ze, ze draait zich om, knikt heel eventjes en zwaait naar mij. En dan gaat ze verder. Zal ze thuis vertellen van onze ontmoeting?  Zal ze hier morgen en alle volgende dagen weer water komen halen?

Fotoreeks josé lecoutere foto 3