Wadi Halfa

Gisteren heb ik bijna een volle, maar zeer boeiende dag, voorbij zien gaan voordat alle formaliteiten bij de grensovergang tussen Egypte en Soedan voltooid waren, en voordat de grote metalen poort aan de grensovergang geopend werd. Tal van documenten, veel vragen, visum, handtekeningen, stempels, foto’s … Het hele gebeuren was kafkaiaans, onwezenlijk, hilarisch en zeer boeiend tegelijk. Deze eerste morgen in Soedan ben ik nu op verkenning in het stadje Wadi Halfa, via stofferige straatjes, langs kraampjes en op marktjes.

Zo veel westerse mensen lopen hier niet rond. De man heeft mij dus ongetwijfeld reeds een tijdje in de gaten, voordat ik hem zie zitten in zijn stoel waarvan alleen het metalen frame nog origineel is. Met een grote tas vol stapels bankbiljetten tussen zijn voeten roept hij mij en vraagt hij om te naderen. Hij haalt een paar stapeltjes Soedanese bankbiljetten uit zijn tas en met vlugge bewegingen doorbladert hij ze meermaals terwijl hij mij aankijkt met een blik van: ‘daaraan kan je toch niet weerstaan hé’.  De wisselkoers die hij in moeilijk verstaanbaar Engels noemt, is ongelofelijk gunstig: 6 Soedanese Pond voor 1 Egyptische Pond. De officiële wisselkoers voor de Egyptische Pond staat op 3,5 in plaats van 6. Ik wissel een paar kleine biljetten en ik krijg de beloofde wisselkoers. Van onder mijn kledij haal ik de rest van mijn Egyptisch geld boven en ik krijg een perfecte ruil. Het gebeuren voelt veilig aan, midden het marktje tussen al die vreemde mannen. Bij een vertwijfelde poging om na de financiële transactie met de man een gesprek te voeren , komt een van de omstaanders ons helpen met de vertaling. Een andere donkere kerel met een vuile djellaba komt wat later het gesprek storen. Hij  zegt iets tegen de man met het geld en die geeft hem twee stevige stapels bankbiljetten mee, zomaar, geen formaliteiten.

Fotoreeks josé lecoutere foto 2