Shisha

De chauffeur vindt de enige schaduwplaats in het dorp waar de Landcruiser kan worden geparkeerd: in de schaduw van de enige boom in het dorp. De boom is niet alleen uniek, hij vertoont bovendien een bijzondere en verbazingwekkende eigenschap. Uit een beschadiging van de schors van de stam, op zowat 1,5 m hoogte, komt een ononderbroken schuimige, vuilwitte massa die langzaam langs de stam naar beneden stroomt. Waar haalt die boom het vocht voor dit fenomeen? 

Een wandeling door de onverharde, zanderige straten langs gesloten muren en metalen deuren levert mij stilte, hitte, zand in mijn schoenen, en enkele ontmoetingen. Drie kinderen lopen even mee met mij, tot ze plots weg zijn. Een paar vrouwen bekijken me met onverholen nieuwsgierigheid vanuit de openstaande poort van hun woning. In de schaduw van een rieten afdak zie ik drie mannen. Wanneer ze rechtstaan om mij een hand te geven, realiseer ik me dat ze allemaal toch een stuk groter zijn dan ik. Ze bieden mij aan om bij hen te gaan zitten en mee te roken, maar voor de tweede keer vandaag weiger ik een beleefde uitnodiging die eigenlijk een fijn gebaar is en aantoont dat ik welgekomen ben. Daarnet in een woning wilde men mij een beker water aanbieden, maar nog voordat men de groezelige beker had volgeschept met troebel water uit een emmer, was ik al bezig met afscheid nemen. En nu heb ik geen zin om aan dezelfde shisha-pijp te lurken als die drie mannen. Covid-19 zal hier wellicht niet rondwaren, maar herpes of hepatitis of welke infectieziekte dan ook … ik wil het niet riskeren. Blijkbaar nemen ze het me niet kwalijk, want de donkerste van de drie sleept een lage houten bak naderbij en doet teken dat ik kan gaan zitten, pal tegenover hen. Ik zet me neer, en nu zijn zij nog groter geworden: de bak waarop ik zit is lager dan de kist of ton waarop zij zitten en vlakbij de woning waar zij zitten, ligt de aarde nog wat hoger dan waar ik zit.  De middelste man houdt nog eens demonstratief het mondstuk van de slang van de waterpijp naar mij gericht, maar ik blijf zo vriendelijk mogelijk onbeleefd door een tweede keer te weigeren. ‘Belgica’ is wellicht het enige wat zij van mij begrijpen. Ik vind de situatie gênant, maar zij hebben er blijkbaar geen last van. Uiteindeljk brengt mijn fototoestel redding: ze willen zeker op de foto. Daarna toon ik nog eens de foto en ze knikken instemmend en lachend.  Ik groet, zwaai met de hand ten teken van afscheid, drie keer een hand geven, en weg ben ik. Hoe graag had ik niet een uur daar bij hen in de schaduw gezeten om in gesprek te gaan over hun leven, hun dorp, hun bezigheden, hun dromen, en over de rust die ze uitstralen door zo samen te zitten en shisha te roken. 

Fotoreeks josé lecoutere foto 10