Politiechef

We rijden zuidwaarts, op dé weg dwars door de Sahara. Het landschap toont een eindeloos aantal schakeringen van dezelfde kleur.  De tweevaks-asfaltweg voor ons trilt van de hitte en in de verte zien we bijna continu zwevende plassen water op de weg, maar steeds verdwijnen die als we dichter komen. Het is al een hele tijd geleden dat we nog eens een mens of een gebouw tegenkwamen, wanneer we uiteindelijk links een lage barak zien, opgetrokken met muren van leem, met takken en met de wanden van een uiteengehaalde container. Het is een rustplaats voor de zeldzame passanten. Er is drank en eten, je kan er slapen en er is schaduw.

Terwijl ik wacht tot mijn glaasje veel te hete thee is afgekoeld, zie ik hoe een man met een witte tulband en een dikke beige jas met zijn smartphone een foto wil maken van mij. Ik groet hem ‘As-salaam Aleikum’ en ga met opgestoken rechterduim gewillig poseren voor de foto die hij zonder aarzelen neemt. Zijn vriend, die samen met hem was binnengekomen, stelt nu voor om van ons samen een foto te maken met mijn toestel. Ik zet mijn toestel op automatisch, toon hoe er moet afgedrukt worden. Ik stel mij op naast de dikke jas en hoor hoe zijn compagnon geanimeerd heel wat keren  afdrukt.  Wat later, net wanneer we rechtstaan om te vertrekken, komen enkele geüniformeerde politiemannen binnen. De chef draagt zijn pistool in de holster op de heup. De anderen dragen hun kalasjnikov in de hand of met een riem over de schouder. ‘From Belgium - Belgica’, is mijn antwoord op de evidente vraag. De politiechef wil een gsm-foto nemen van mij. Het is duidelijk dat dit niets met zijn taak te maken heeft. ‘No problem’ is mijn antwoord en nog maar eens houd ik de rechterduim omhoog. Ik vraag of ik nu een foto mag laten nemen van mij en de politiechef. Ook dat is een welgekomen voorstel. Ik demonstreer nu mijn fototoestel aan een politieman. Twee vereerde mannen, die mekaar voor het eerst zien, gaan schouder aan schouder poseren, en alsof we de beste vrienden zijn doen we dit  met een arm over elkaars schouder. Net vóór de foto gemaakt wordt, zegt een andere politieman iets tegen zijn chef. De arm verdwijnt van mijn schouder. En ik word gevraagd om verontschuldigingen te aanvaarden: een foto nemen van een geüniformeerde politieman mag blijkbaar niet. Wanneer we vertrekken krijg ik wel een heel stevige handdruk van de politiechef, dat mag dus wel. En die handdruk is gemeend, ik voel het zeer duidelijk. Met luide stem, zodat iedereen die er aanwezig is het goed kan horen, zegt hij: ‘Welcome in Sudan’.

José Lecoutere in Soedan