Niet eerlijk

Terwijl ik door het droge landschap rijd, herinner ik mij dat Ethiopië in 1984-1985 bijzonder zwaar getroffen werd door een aanhoudende droogte. Toen de boeren de laatste beetjes water en voedsel voor hun gezin hielden, stierf bijna de hele veestapel en de kadavers bleven uitgemergeld liggen op de dorre aarde. Daarna stierven ook mensen: 400.000 mensen. Eind 1984 ging de muziek van Live Aid de wereld rond en in de rijke wereld zongen we mee : ‘Do they know it’s Christmas?’. En ‘they’ waren de mensen in Ethiopië. Maar ook nu is de situatie precair, en rijdend door het dorre landschap kan ik de dreiging zo aflezen uit het landschap. Zeker hier in Tigray zal het weer moeilijk worden. De droogte slaat weer toe en de vele kleine boeren zullen weer wanhopig moeten toezien hoe de gewassen en granen absoluut niet opbrengen wat ze hoopten bij het planten en zaaien ervan. Veel groen is er niet meer te zien. Alleen de wilde heksenplanten met hun grote, dikke bladeren en hun bolle, holle vruchten staan nog weelderig en kleuren nog groen. Maar deze planten - die soms tot grote struiken uitgegroeid zijn - zijn giftig. Alleen daardoor staan ze er nog; mens en dier weten dat je er beter afblijft.

Het is pijnlijk om zien hoe doods de kleine veldjes er bij liggen. Veel van die veldjes zijn door jarenlange noeste arbeid aangelegd op de hellingen van de heuvels. Door rotsen af te kappen en aarde weg te schrapen, en door dit anders te gaan positioneren, hebben de boeren kleine terrasjes aangelegd op de hellingen. Sommige daarvan zijn amper een tiental vierkante meters groot, en met één welgemikte zwaai met een hand vol zaaigraan is wellicht het gehele veldje voorzien van de nodige korrels. Maar al die noeste arbeid bij het aanleggen van die terrasjes ten spijt: de gezaaide graankorrels en de jonge plantjes hebben water nodig, en dat is er duidelijk niet. Wat jonge, rechte, frisgroene plantjes moeten zijn, zijn nu schriele, verschrompelde sprietjes. Al wekenlang viel er geen druppel water en ook vandaag straalt de zon onbarmhartig vanuit een onbevlekte blauwe hemel. We rijden voorbij aan een lege waterput langs de weg. Aan een tankwagen deelt men er water uit aan de mensen die in een lange rij met hun lege waterbidons hun beurt staan af te wachten.

We stoppen aan een uitgedroogde rivierbedding. Met metalen blikken graven kinderen putten in de diepste plaatsen van de bedding. Ze zoeken water dat zich nog in de ondergrond bevindt.  Ik zie drie kinderen zo bezig en het lukt hen: de bodem van de gegraven put vult zich met een paar cm vuil grijs water. Met een roestig blik schept het oudste meisje het vuile sop op en voorzichtig giet ze dit in een bidon.  Wanneer ik even verderop loop langs de weg, voel ik hoe alles warmte straalt: de zon, het asfalt, de ganse omgeving. Een vrouw komt in tegenovergestelde richting  naar mij toe. Alles bij haar doet me denken aan de moeilijke situatie hier; hoe mensen hard moeten werken in dit weinig vruchtbare landschap vol stenen en rotsen. Ze stapt echt snel. Ze draagt nochtans een grote zak op haar rug. Heel haar verschijning is beladen met de dorre kleuren van het landschap. Ik maak heel snel een foto. Ze ziet het niet. Ik weet niets beter te bedenken dan: het leven is niet eerlijk. Deze vrouw verdient beter. Die kinderen verdienen beter. Al die mensen die hier zo hun best doen verdienen beter.

Foto met emotie Ethiopië 1