Kinderogen

Nog net voor het donker is, is mijn tentje opgezet en is alles klaar voor de nacht. Bij het avondmaal zie ik tot mijn verbazing heel in de verte aan de horizon een lichtpunt. Zouden daar werkelijk mensen wonen? Dat is toch onvoorstelbaar! Een half uur later zie ik dat het lichtpunt zich verplaatst heeft: het bevindt zich nu wat hoger en iets meer naar het westen: het is een ster!  De nacht hier in de woestijn gaat muisstil en windstil voorbij en mijn verblijf mag prat gaan op ontelbaar veel sterren. Bij het opstaan is het nog fris, maar het ontbijt is lekker en het doet deugd. Een paar uur later zijn we reeds goed gevorderd en we houden halt bij de eerste truckersstop.

De sfeer is relaxed. De man in de keuken is wellicht tevreden dat hij eens iets te doen heeft: hij zal thee zetten. De eigenaar van de zaak ligt half achterover op zijn touwenbed. Twee dochtertjes zitten bij hem op bed. Hij is nieuwsgierig en vraagt van waar ik kom en waar ik naartoe ga. Ik kom van ‘Belgica’. Ik slaag erin om de reis te vertellen. Om te beginnen vliegt mijn rechterhand door de lucht van België naar Istanbul en daarna zweeft mijn linkerhand van Istanbul naar Caïro. De kinderen zitten met grote ogen het voor hen wellicht vreemde schouwspel te bekijken. De nachttrein van Caïro naar Luxor vraagt wat meer handenarbeid. Ik teken met mijn wijsvinger een treinspoor op de zanderige grond en met mijn ogen dicht en mijn hoofd zijdelings ondersteund door mijn beide handen met de handpalmen opeen, kan ik ook het concept nachttrein duidelijk maken. De bus van Luxor naar de grens begrijpt hij snel. Dat de reis vanaf de grens verder gezet werd met de jeep had hij verwacht:  de man zag ons namelijk aankomen in de jeep. En het vervolg naar Khartoum is evident voor hem, want: waar zou je anders naartoe gaan op deze weg?

Ondertussen is de thee niet alleen klaar, maar gelukkig ook wat afgekoeld. Het lepeltje voor de suiker zit in het potje suiker en moet na het roeren weer in het suikerpotje, zoals dit duidelijk al meermaals gebeurde. Voor ik vertrek vraag ik de man of ik een foto mag nemen van zijn kinderen. ‘Ai’ antwoordt hij en ik dank met ‘shokran’. Dezelfde grote donkere kinderogen die opkeken naar de vliegende handen, kijken nu in de lens.

Fotoreeks josé lecoutere foto 1