Kamelen

We rijden verder naar het zuiden, vandaag aan de westelijke zijde van de Nijl. In deze immense kale zandvlakte is er geen weg. Het gaat vlot. Ik zit naast de chauffeur, en zie op de snelheidsmeter dat we bij momenten bijna 100 km per uur halen. Het is hier vlotter rijden dan over zo’n onverharde weg waar het voertuig nu en dan gaat driften in de diepere sporen van al het voorgaande verkeer.  De chauffeur tikt me aan op de linkerschouder en wijst in de verte. Daar zie ik twee naast mekaar liggende min of meer gelijke en mooi glooiende heuvels die elk bovenaan een hoger topje hebben.  ‘The name of mountains?’ vraagt hij grinnikend.  Ik zeg ‘de twee borsten’, en houd demonstratief mijn handen naast mekaar voor mijn borst met de handpalmen naar mij. Hij giert het onbedaarlijk uit, slaat met zijn rechterhand bulderend op het stuur, en ik word zelfs bang dat we gaan slippen als hij het stuur niet meer stil houdt.  Een half uur later wijst hij terug in de verte voor ons. Met een ernstig gezicht zegt hij nu ‘water’.  We komen weer aan bij een van de bijzonder zeldzame waterputten in deze woestijn.

Ik zie een tiental mensen, enkele ezels, en ergens tussen de honderd en tweehonderd kamelen. In het midden daarvan staat er een houten staketsel, waarop een ijzeren katrol gemonteerd is en waarmee een paar jonge mannen met lange touwen water optrekken. Een man komt op ons af. Een meisje van een jaar of tien komt achter hem aangelopen. De man heeft een tulband op, en draagt een zeer vuile djellaba. ‘As-salaam Aleikum’.  Spontaan demonstreert hij hoe er water bovengehaald wordt. Een span van twee ezels trekt het touw wel honderd meter ver, voordat er onder de katrol een zak water naar boven komt. Het water wordt uitgegoten in een bak, en vanuit die bak wordt het water opgeschept om het in dichtgenaaide geitenvellen te gieten. Op één van de geitenvellen-zakken is een rond stuk geitenvel gekleefd om een lek te dichten. Het doet me denken aan een herstelde fietsband.  Maar de herstelling is niet volledig geslaagd: een fijn straaltje water spuit van tussen de zak en het gekleefd stukje. Ondertussen houdt het meisje mij en de man goed in de gaten, en telkens als we ons wat verplaatsen komt het ons achternagelopen.  De kamelen beginnen nu de plaats te verlaten. In een langgerekte kudde gaan ze naar het westen, de open woestijn in.  De man heeft zijn uitleg over het ophalen van water afgerond.  Hij steekt zijn hand op en groet, en gaat dan rustig de kamelen achterna. Ik zet me neer. Het meisje blijft nog even kijken naar mij.  De man roept het meisje, dat nog even aarzelt en toch nog even naar mij blijft kijken.  Ik maak de foto. Daar gaan ze dan; de kamelen, de man, het meisje.

Fotoreeks josé lecoutere foto 9