Gezegend

Mensen, ezels, kamelen, kuddes geiten, auto’s, vrachtwagens, driewieltaxietjes…  alles en iedereen is onderweg en onze rit vlot niet. Heel vaak bepaalt de traagste weggebruiker het tempo van het overige verkeer. Maar dat stoort me niet. Integendeel; ik amuseer me kostelijk. Wanneer de zoveelste kudde runderen ons quasi tot stilstand brengt, steekt de chauffeur geërgerd zijn hoofd uit het raam en roept in het Arabisch naar de koeien en naar de kinderen die de koeien begeleiden ‘jala jala!’. Ik voel me geroepen om hem te helpen en steek uitgelaten mijn hoofd en romp aan de passagierszijde uit het raam en zwaaiend met de armen roep ik ‘huppe huppe!’. Blijkbaar doe ik dit met dermate veel enthousiasme dat de ergernis van de chauffeur verdwijnt. Hij zit te grinniken. Hij steekt terug zijn hoofd buiten en roept nu ook ‘huppe huppe’. Het wordt de kreet van de reis.

We komen aan in een stadje dat bekend is voor zijn grote markt. Uiteraard is deze een bezoek waard. We parkeren aan een grote zendmast, zodat we in de wirwar van straatjes en kraampjes gemakkelijk de auto’s zullen terugvinden. Na een paar drukke, stofferige straatjes kom ik in een open ruimte. ‘Open’ wil zeggen: zonder gebouwen, maar er is een heel grote mensenmassa aanwezig. En ongeveer alles is er te koop. Er zijn stapeltjes tomaten, aubergines, aardappelen en okra bij verscheidene vrouwen te koop. Andere vrouwen verkopen eieren die op stro liggen in houten bakjes. Een jonge kerel verkoopt oude vuile gsm’s en zaklampen. Wat verder zijn er kralen, kettingen en ringen te koop. Een andere man verkoopt vervaarlijke messen en zwaarden. Ik zie houwelen en schoppen. Honing en olie. Koffiepotten en theeglazen. Aarden potten met kruiden en noten…

Er worden ook dieren verkocht: geiten, schapen, runderen, kamelen. Bij de geiten en schapen lijkt alles rustig. Maar wanneer ik mij door de runderen waag, is het opletten. Er staan enkele stevige stieren. Met hun grote hoorns en hun nerveus gedrag dwingen ze zelfs hun eigenaars ertoe om zeer oplettend te zijn. Ik waag het niet om vóór een van die beesten te lopen. Waar de kamelen staan, lijkt de sfeer dan eerder rustig te zijn. De dieren staan met hooghartige blik voor zich uit te kijken, en lijken niet geïnteresseerd in mensen die rond hen heen lopen. De beesten worden bekeken, betast en gekeurd. De muil van de dieren wordt met kritische blikken geïnspecteerd. De grote lippen worden opengetrokken en het gebit wordt gecontroleerd.

Ik wil naar de nadere kant van de markt, maar ik zie maar één mogelijkheid om dit vlot te doen: door de kamelen heen. Net wanneer ik aan een kameel wil passeren begint het dier overvloedig en lang te urineren. De urine spat op de grond in het rond. Ik kan net op tijd achteruit springen. Wanneer het gevaar geweken is, loop ik achter de kameel om. Wat ik echter niet gezien heb, is dat de kameel erin geslaagd is het harige uiteinde van zijn staart onder de lopende urine te houden. Vanuit welke reflex de kameel dit nu doet weet ik niet: wanneer ik net achter hem om loop word ik door een plots zwaaiende staart van aan mijn schoenen tot in mijn gezicht gezegend met kamelenurine. De  mannen die dit zien gebeuren begrijpen het woord niet dat ik luid roep. Of toch?  Zo te zien vinden ze het gebeuren wel bijzonder leuk. Ik lach mee; een beetje geelgroen.

Afbeelding met emotie Ethiopië 2