Frigobox

Met zijn bruinverbrande, gerimpelde hand wijst hij naar de geitjes. Ja, die zijn van hem. ‘Die ezel ook?’ vraag ik met gebarentaal aan hem. Ik weet niet hoe hij nog duidelijker ‘ja’ zou kunnen knikken. Hij wijst nu rechts achter zich naar de woestijn in de verte en hij vertelt me enthousiast en met hese stem nog één en ander, maar ik begrijp er niets van. Zou hij daar ergens nog vee hebben, geitjes, dromedarissen …?   Misschien wel dromedarissen, die lopen dikwijls dagenlang in verspreide slagorde rond zonder dat er iemand bij is.

Ik wijs achtereenvolgens naar mijn fototoestel en dan naar hem. Hij begrijpt de vraag en zijn ‘ja’ is nu zelfs nog duidelijker. Hij zet een stap achteruit, zet zijn hoedje wat naar voren, en kijkt lachend naar de lens. Ik toon hem de foto op het schermpje. Hij is er blijkbaar gerust in en kijkt nauwelijks. Hij wenkt me om mee te gaan naar zijn huis. De muren van zijn woonst bestaan uit een massa dunne, rechtopstaande, in de zon gebleekte takken met hier en daar wat lappen stof of plastiek ertussen, of zelfs stukken metaal van platgeklopte jerrycans. Het dak bestaat uit dezelfde materialen. Zwarte as binnenin een cirkel van stenen, een beetje vuur, wat zwartgeblakerde metalen potten en onfrisse plastiek bidons in het zand; dat alles samen vormt de keuken. Er staan drie bedden en op een hoger stuk bodem dat bekleed is met rieten matten liggen wat oude valiezen, een paar grote ijzeren koffers, heel wat grotere en kleinere zakken, en jawel: een lichtblauwe frigobox zonder deksel.  De man toont trots zijn woning. Hij geniet van de aandacht van een vreemdeling. Ik moet de foto tonen aan zijn vrouw en hij doet teken dat ik ook van haar een foto moet nemen. Dat laatste verrast me. Ik toon haar foto eerst aan hem, dan aan haar. Ze knikt dat het OK is. Ze staat recht, giet water uit een bidon in een theepot die ze op het smeulend brandhout zet, en in een blauwe plastiek waskom met wat water in wast ze enkele theeglaasjes.  Ik ben hier zeer welgekomen.

Fotoreeks josé lecoutere foto 11